Symposium GrasGoed: kansen voor natuurbeheer

Op 25 januari organiseerde Interreg-project ‘GrasGoed: Natuurlijk groen als grondstof’ een mini-symposium bij Avans Hogeschool in Breda. Hier werden de eerste projectresultaten en verwachte uitdagingen gepresenteerd en bediscussieerd. Een drukbezocht evenement met een duidelijk thema: kansen voor natuurbeheer. 

Bij het onderhouden van natuurgebieden ontstaan ‘groene’ reststromen, zoals maaisel van rietlanden, graslanden of vochtige heide. Jaarlijks genereert het Vlaams-Nederlandse natuur- en landschapsbeheer duizenden tonnen maaisel! Deze reststromen worden vaak niet of beperkt benut. Dat is lastig voor beheerders, want het verplaatsen en storten van maaisel is een kostbare aangelegenheid. De GrasGoed-partners willen dit probleem aanpakken. Zij zijn van plan om maaisel een tweede leven te geven, bijvoorbeeld als brandstof, bodemverbeteraar, veevoer of vezels voor verpakkingsmateriaal. Hierdoor kan een regionale, circulaire economie rond de reststromen ontstaan: duurzaam en economisch interessant!

Twee landen, één systeem

Tijdens het symposium illustreerde Alexander Compeer, onderzoeker bij het Centre of Expertise Biobased Economy, hoe de eerste stappen binnen GrasGoed inmiddels zijn gezet. De potentiële reststromen uit de drie deelnemende natuurlijke landschappen,  Altena-Biesbosch/Vlijmens Ven, Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, het Dommeldal en Vallei van de Zwarte Beek, zijn inmiddels in kaart gebracht. Voor deze inventarisatie is een grensoverschrijdend systeem bedacht. “In Nederland en Vlaanderen worden verschillende typologieën voor vegetatie gebruikt. Dat kan in ons project nog wel tot verwarring zorgen,” legde Compeer uit. “Daar hebben we nu een oplossing voor gevonden!” Door de Nederlandse en Vlaamse vegetatietypes te vertalen naar de uniforme Van Meerbeek-classificatie, gebaseerd op biomassapotentieel en optimale maaicycli, heeft het onderzoeksteam de focus van 85 vegetatiesoorten naar 11 types kunnen reduceren. Uitgaande van deze types zou er alleen al in de provincie Noord-Brabant jaarlijks zo’n 42.000 ton maaisel met economisch potentieel beschikbaar zijn.

Een veranderende wereld

Projectpartners en belanghebbenden zagen tijdens het symposium hun kans om meningen en visies uit te wisselen. Natuur- en landschapsbeheerders creëerden zo bewustzijn rond de dagelijkse realiteiten binnen hun vakgebied. “Maaien kan slechts op bepaalde momenten. Bovendien is het leveren van een constante kwaliteit met reststromen uit echte natuur niet altijd mogelijk. Hier zal bij het ontwikkelen van waardeketens zeker rekening mee moeten worden gehouden,” klonk het vanuit de zaal. Een volgende deelnemer kon dit zeker beamen, maar vroeg de aanwezigen wel rekening te houden met de toekomst. “We redeneren vaak vanuit het hier en nu en kijken naar de baten en lasten van vandaag. Het doel van dit Interreg-project is echter ook om te anticiperen op een veranderende wereld. Als we straks CO2 toeslagen moeten betalen over onze verwerkingsprocessen, dan gaat er van alles veranderen. Daarom moet er ook binnen onze sector geïnnoveerd worden.”

Om de duurzaamheid van projectrealisaties na de projectperiode te kunnen garanderen worden waardeketens ontwikkeld waarin alle actoren ten minste een kostenreductie realiseren. Het project GrasGoed wordt dan ook gedragen door zowel partners uit de wetenschappelijke wereld als natuurbeheerders en bedrijven uit de machine- of verwerkingssector. De partners en experts die deelnamen aan het symposium werden uitgenodigd om in discussiegroepen na te denken over de toekomst. Zo werd er gesproken over kansen en uitdagingen ten aanzien van ketenontwikkeling en marketing, het inkuilen en bewaren van gras voor bewerking en mogelijkheden voor verbreding van het project naar andere biomassastromen. Rond dit laatste thema werd onder anderen nagedacht over het benutten van invasieve plantsoorten. “De Japanse duizendknoop hoort niet thuis in onze regio, maar groeit tegenwoordig toch overal. Dit zou een stabiele, complementaire bio-reststroom kunnen worden,” vond een van de deelnemers. De participanten gingen hier unaniem mee akkoord.

Een stukje natuurbeheer in huis

Hoewel de GrasGoed-partners nog veel uitdagingen tegemoet zien, levert het project al mooie resultaten. Zo kan iedereen in een online tool bekijken waar bepaalde vegetaties voorkomen en waar de dichtstbijzijnde verzamel- en transportpunten liggen. 

Door hecht samen te werken met natuurbeheerders en bedrijven aan weerszijden van de grens, zijn al een aantal mooie test-productieketens ontwikkeld. Tijdens het symposium ontdekten deelnemers al een variatie aan gras-gebaseerde eindproducten, van eierdozen tot isolatiemateriaal. "Hier liggen zeker ook marketingkansen," bespraken de deelnemers ten slotte. "Aan de hand van een stempel of certificaat kunnen we consumenten tonen dat ze met hun aankoop regionaal natuurbeheer ondersteunen." En zeg nu eerlijk, wie wil er geen Biesbosch-eierdoos of Dommeldal-melkpak? Dankzij GrasGoed haalt de Vlaams-Nederlandse consument straks een stukje natuurbeheer in huis.

Alle berichten