Interview met Jeroen Ampe

Jeroen Ampe is sinds begin 2010 diensthoofd van de Dienst Europa in provincie Vlaams-Brabant, één van de programmapartners van Interreg Vlaanderen-Nederland. Het gegeven 'Europa' is hem niet vreemd omdat hij de jaren daarvoor al warm kon draaien als projectmanager bij het Europees structuurfonds EFRO voor doelstelling 2

Wat zijn voor u als diensthoofd Europa van de provincie Vlaams-Brabant uw belangrijkste werkzaamheden en doelen?

Naast het dagelijks leiding geven aan de dienst (HRM, financiën, coachen medewerkers…), wil ik inhoudelijk betrokken blijven bij de verschillende programma’s en acties van de dienst en daarbij een sterk netwerk verzorgen.

Daarnaast zijn uiteraard het contact met het beleid, het uitdragen van een visie, sturing geven en extern de strategie bewaken over de verschillende thema’s en programma’s heen, cruciaal.

We willen met ons team van projectmanagers de Europese programma’s dichter bij de doelgroep brengen en omgekeerd. Onze finaliteit is om de streek te versterken door goede Europese projecten mogelijk te maken en zo middelen naar de regio te laten stromen. Een goede samenwerking met onze Europese partners kan ons enkel versterken, ook en vooral inhoudelijk. Over dat verhaal willen we ook goed communiceren en Europa dichter bij de burger brengen.

Vanuit Vlaams-Brabant zijn heel wat organisaties inmiddels actief in projecten die gesubsidieerd worden door Interreg Vlaanderen-Nederland. Wat beschouwt u als de meest beloftevolle projecten?

De verhalen die ook na een Europees project overeind blijven en werkelijk een ontwikkeling of versnelling zouden kunnen bewerkstelligen (bijvoorbeeld het project Waterstofregio, PV Opmaat en CrossRoads 2). Slimme investeringen hebben meer en langer impact.  Daarnaast hebben de grotere projecten waarin vouchers worden voorzien voor heel concrete samenwerkingen tussen Vlaams-Brabantse en Zuid-Nederlandse bedrijven ook heel wat potentieel. Hier kan immers op een vrij effectieve manier een innovatie- en investeringsstimulans gegeven worden aan kleine en middelgrote bedrijven. Het welslagen van die grotere verhalen hangt sterk af van de uiteindelijke concrete invulling, daarom net zijn ze zo beloftevol. Met risico, maar er is iets van te maken.

Voor vernieuwende beloftevolle projecten moeten we misschien in ons achterhoofd ook durven rekening houden met het feit dat er ook wel eens een mislukking kan zijn.

Zijn er nog domeinen waarop het programma, bijvoorbeeld in haar derde oproep, wat sterker zou mogen focussen?

Ik denk dat er in de grensregio heel wat intrinsieke sterktes liggen in de ‘key enabling technologies’, zoals de micro- en nanoelectronica, nanotechnologie, industriële biotechnologie, geavanceerde materialen, photonica en de geavanceerde maakindustrie. Deze kunnen aanjagers zijn voor cross-sectorale projecten. Projecten waar diverse domeinen en actoren elkaar ontmoeten voor méér dan een incrementele evolutie. Waar ze stevige stappen zetten op het snijvlak van onderzoek en de valorisatie daarvan via toepassingen. Lifetech en logistech zijn op dat vlak interessant en al sterk aan bod gekomen, kansen liggen zeker nog in de ‘cleantech’ en ‘createch’ sectoren. We zijn momenteel een oefening aan het maken bij de stakeholders om de opportuniteiten beter te peilen.

Categorie:

Alle berichten