ZORO: leren van, met en over elkaar in de zorgsector

Door Jassime Meeusen

In Vlaanderen werken meer dan 350.000 mensen in de zorg, in Nederland zelfs ruim 1 miljoen. Toch zijn er handen te kort. Vanwege de steeds evoluerende noden en de toenemende digitalisering binnen de gezondheidszorg hebben zorgverleners (in spe) andere vaardigheden en expertise nodig dan vroeger. ZORO speelt hierop in en dokterde enkele opleidingsmodules uit. Projectverantwoordelijke Jolien Bernaerts licht even toe.

Aan de basis van ZORO lag een verzameling noden en knelpunten die in kaart gebracht werden dankzij bestaand onderzoek. Kan je wat meer vertellen over dit vertrekpunt van het project?

We vertrokken vanuit vier competenties die essentieel zijn voor (toekomstige) zorgverleners: interprofessioneel samenwerken, technologische wendbaarheid, intrapreneurship en ethisch handelen. Deze ‘ZORO-competenties’ (alias STIE-model, red.) werden voor de start van het project door een expertenpanel en op basis van een rapport uit 2016, “Anders kijken, anders leren, anders doen” van de Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen bepaald.

Jolien Bernaerts

Jolien Bernaerts

Vervolgens startte ZORO met een volgende fase waarbij de vier te ontwikkelen competenties wetenschappelijk gedefinieerd werden, er een GAP-analyse gemaakt werd om de werkelijke en wenselijke situatie in het werkveld te kunnen bepalen, en er vervolgens aanbevelingen geformuleerd werden voor de ontwikkeling van de ZORO-training. Dit onderzoek gebeurde door Universiteit Antwerpen op basis van de methodiek van Arksey and O’Malley voor een scoping review en bestaat uit drie delen: literatuurstudie, kick-off en twee focusgroepen. Bij de kick-off en focusgroepen werd o.a. de gap tussen literatuur en praktijk onderzocht, waardoor de competenties efficiënt bijgestuurd konden worden.

Tijdens de kick-off in 2019 werden er vier interactieve workshops georganiseerd rond de competenties van ZORO. Vlaamse en Nederlandse stakeholders vanuit de zorgsector - zowel vanuit het werkveld als het onderwijs - werden uitgenodigd om deel te nemen aan deze workshops. De stakeholders werden op die manier geïnformeerd over de bevindingen uit de literatuurstudie, en konden de gevonden resultaten gevalideerd worden. De vier (deel)competenties werden als goed en volledig bevonden. Nadien werden er twee focusgroepen georganiseerd om input te krijgen van de doelgroep zelf: studenten en zorgverleners van niveau 1 tot 6 (Europese opleidingsniveaus, red.). Een eerste vond plaats bij Curio in Nederland, een tweede bij VIVES in Vlaanderen. De groepen bespraken de vier competenties en gaven extra inzichten voor het onderzoek. Het rapport van dit onderzoek vormt het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de ZORO-training.

Een samenvatting van het rapport lees je hier, het volledig rapport hier.

De opleidingsmodules voor zorgverleners werden ontwikkeld aan de hand van deze competenties. Kan je hier wat meer over vertellen?

We hebben één ZORO-training ontwikkeld die volgens het STIE-model verloopt en momenteel digitaal doorgaat. De training bestaat uit een startmoment van een uur, en vier modules van een halve dag. In totaal  loopt de training over vier maanden. In elke module ligt de focus op één ZORO-competentie. Alle deelnemers krijgen tussendoor opdrachten om thuis mee aan de slag te gaan, die op het einde van de training een persoonlijk portfolio vormen. In totaal gaat het over een tijdsinvestering van 30 à 32 uur.

Bij casus STIEn wordt theorie meteen toegepast: na de training gaan de deelnemers aan de slag met een eigen casus. Hiervoor leren ze bijvoorbeeld de Doelzoeker te gebruiken, een tool dat ervoor zorgt dat de deelnemers als zorgverleners de zorgontvanger centraal leren plaatsen. Daarnaast passen ze het ICF-model toe en leren ze een verbetervoorstel met pitch uit te werken. Dat doen ze natuurlijk steeds in afstemming met de zorgontvanger. Er wordt tijdens de training gewerkt met diverse digitale tools zoals Jamboard, Socrative, interactieve PDF en filmpjes. Deelnemers leren bijvoorbeeld ook uit een exposure en 360° feedback-oefening. Er worden dus diverse passende methodieken gebruikt dankzij het samenbrengen van de expertise van alle projectpartners. 

De doelgroep van de ZORO-training zijn enerzijds leerlingen of studenten die de opleiding volgen tot verzorgende, zorgkundige, HBO5-verpleegkundige of bachelor verpleegkundige (Vlaanderen, niveau 3-6, red.) en assistent dienstverlening, helpende zorg & welzijn, verzorgende IG, MBO- of HBO-verpleegkundige (Nederland, niveau 2-6, red.). Anderzijds is de training ook bedoeld voor werkende zorgverleners, zowel startende als ervaren professionals, van dezelfde opleidingsniveaus. In het rapport van Universiteit Antwerpen werd de aanbeveling gedaan om gemengde groepen te maken over de opleidingsniveaus heen en met zowel leerlingen/studenten als werkende zorgverleners samen. Op deze manier wordt de competentie interprofessioneel samenwerken meteen in de praktijk toegepast doordat de deelnemers van, met en over elkaar leren. Er worden dus gemengde groepen gemaakt van maximum 18 deelnemers.

De ZORO-training wordt in drie periodes getest en wetenschappelijk gevalideerd door middel van een competentiemeter d.mv. een nul- en eindmeting en tevredenheidsvragenlijsten die per module ingevuld worden door de deelnemers en de trainers. De eerste reeks startte in februari, de tweede start in september en de derde loopt van februari 2022 tot mei 2022. De reacties tot hiertoe zijn beloftevol. Zo wist een deelnemer over de module interprofessioneel samenwerken (niveau 2) te zeggen: 

Ik heb meer geleerd over de theorie achter interprofessionele samenwerking en ook wat meer theorie over communicatie zelf. Zo is het toch een stuk duidelijker geworden. Ook heb ik geleerd dat ik niet altijd zo groot of moeilijk hoef te denken want interprofessioneel werken zit hem ook in het kleine.


Welke troeven ondervinden de projectpartners aan het grensoverschrijdend samenwerken?

Dat ze uitdagingen, die aanwezig zijn in beide regio’s, samen kunnen aanpakken. Er is tevens een beter inzicht in de gelijkenissen én verschillen tussen de niveaus van zorgverleners en hun rollen en verantwoordelijkheden. Dankzij het samenbrengen van expertise van de verschillende projectpartners hebben we een sterke training kunnen ontwikkelen én heeft deze impact omdat deze breed uitgedragen wordt in de grensregio. Ook de projectpartners ervaren de voordelen van interprofessioneel samenwerken: leren van, met en over elkaar.

Het project loopt nog tot 2022, wat hopen de projectpartners tegen dan te realiseren?

Een verdere succesvolle uitbouw van de ZORO-training waarmee zowel onderwijs als zorgorganisaties meteen mee aan de slag kunnen d.m.v. lesmateriaal en een draaiboek voor de trainer om (toekomstige) zorgverleners te versterken in de vier ZORO-competenties. We hopen dit tijdens een eindconferentie breed te verspreiden naar alle stakeholders van het project. Daarnaast willen we dat het plan van aanpak van het cyclisch model een inspiratie en leidraad kan zijn voor andere organisaties om ermee aan de slag te gaan. De ervaring en expertise die wij opdeden bij het doorlopen van dit project, willen we concreet in een plan van aanpak gieten zodat deze kennis niet verloren gaat en zodat andere organisaties er ook iets aan hebben. Organisaties kunnen zo het volledige ZORO-proces zelf doorlopen. Zo kunnen ze over enkele jaren bijvoorbeeld starten met een nieuwe analysefase om af te toetsen of de 4 huidige ZORO-competenties nog steeds relevant zijn en of er eventueel nieuwe zijn bijgekomen of andere belangrijker zijn geworden.

Alle berichten

Jassime is communicatiemedewerker bij Interreg Vlaanderen-Nederland en kruipt af en toe in haar schrijverspen.