Op kleine schaal maken we een stukje Europa waar.

Door Tine Vochten

Deze zomer nam Interreg Vlaanderen-Nederland afscheid van één van haar meest ervaren en gewaardeerde medewerkers. Projectadviseur Sus Bergmans besloot dat het moment daar was om meer tijd met zijn gezin en (klein)kinderen door te brengen. Voor we hem in alle rust van zijn pensioen laten genieten, schoven we nog een keer samen aan tafel om terug te blikken op zijn carrière bij Interreg.

Interview met een Interreg-icoon

Sus, kan je ons vertellen hoe je bij Interreg Vlaanderen-Nederland terecht bent gekomen en hoe je carrière bij ons is gelopen?

In de jaren ’90 was ik aan de slag als directeur bij IGO Leuven (intercommunale in het arrondissement Leuven). We waren er betrokken in projecten gesubsidieerd vanuit het Europees Sociaal Fonds, LIFE, Interreg en LEADER (Europees programma voor plattelandsontwikkeling). Omdat er op dat moment binnen de provincie Vlaams-Brabant weinig ervaring was met Europese fondsen, werd ik in 2001 door de gedeputeerde gevraagd om de dienst te komen versterken. Ik heb die overstap gemaakt en vanaf dan heb ik hoofdzakelijk voor Interreg Vlaanderen-Nederland gewerkt, maar was ik in de marge ook betrokken bij het nationale EFRO-programma, andere Interreg-programma’s, Erasmus...

Is het programma over de jaren heen veel veranderd? In welke zin?

Interreg Vlaanderen-Nederland bestond destijds uit 2 deelprogramma’s. In het westen had je Scheldemond, dat de provincies Oost- en West-Vlaanderen en Zeeland omvatte en in het oosten had je Benelux Middengebied (BMG) met de provincies Antwerpen, Noord-Brabant, Belgisch en Nederlands Limburg en Vlaams-Brabant. Deze 2 programma’s stonden wel met elkaar in contact, maar in 2007 werden ze samengevoegd waardoor de hele grensregio 1 programmagebied werd.

Over de jaren heen is het programmasecretariaat versterkt en is het programma professioneler geworden in het beoordelen en begeleiden van projecten. Dit heeft de kwaliteit van de projecten verhoogd. Tegelijk is de focus erg op het economische en innovatie komen te liggen. Onze begunstigden zijn vandaag vooral universiteiten, bedrijvenkoepels en ontwikkelingsmaatschappijen. Ook bedrijven zelf zijn volwaardig partner. Dit is een interessante evolutie, maar de keerzijde is dat projecten verder van het brede publiek af staan. Thema’s als toerisme komen niet meer aan bod en voor gemeentes en lokale ngo’s is het niet meer zo evident om aan een project deel te nemen. 

Aan welke projecten denk je met plezier en/of trots terug?

In de eerste plaats denk ik aan Beleef het groen. Dit project heeft een prachtige erfenis achtergelaten voor het grote publiek. Binnen dit project is het fietsknooppuntensysteem dat we vandaag kennen, gerijpt. Het idee werd in Belgisch Limburg ontwikkeld door een ex-mijningenieur. Het project overtuigde de 5 oostelijke BMG-provincies ervan om af te stappen van bestaande eigen systemen en samen voor één nieuw systeem te gaan. Voor ons zijn de fietsknooppunten een evidentie, maar het was destijds een huzarenstukje om alle betrokkenen te overtuigen om te investeren in fietspadeninfrastructuur over gemeentegrenzen, provinciegrenzen en zelfs landsgrenzen heen. De knooppunten bleken zo succesvol dat het systeem in alle richtingen werd uitgebreid: naar Scheldemond, naar Wallonië, naar het noorden van Nederland en zelfs ver buiten de landsgrenzen. Ook voor wandelaars, mountainbikers en ruiters werden soortgelijke knooppunten ontwikkeld. Dankzij onze subsidies, de overtuigingskracht van het programmasecretariaat en het puike coördinatiewerk van Toerisme Limburg, genieten nu dagelijks duizenden mensen van de fietsknooppunten. 

Verder kan ik niet om Crossroads heen. Zij hebben een brug geslagen tussen Interreg en het bedrijfsleven door bedrijven te stimuleren om grensoverschrijdende innovatietrajecten op te zetten. Dit leverde zoveel respons op dat er ondertussen al 2 vervolgprojecten lopen (CrossRoads2 en CrossRoads Sustainable Energy, red.).

Een laatste project dat me echt verrast heeft, is Waterstofregio. Toen dit project werd goedgekeurd in 2009 was waterstof onbekend bij het grote publiek. Externe experts raadden zelfs af om hierin te investeren. Ondertussen wordt waterstof door velen beschouwd als een energiedrager met een belangrijke rol in de transitie naar duurzame energie. De projectverantwoordelijke, Adwin Martens, verliet omwille van zijn passie en overtuiging een goedbetaalde, comfortabele job en startte een vzw met een onvoorspelbare toekomst. Deze organisatie is ondertussen betrokken in tientallen Europese projecten en initiatieven die van belang zijn voor België en Nederland en zorgt er door haar nauwe samenwerking met het bedrijfsleven steeds voor gedragen ontwikkelingen.

Wat is voor jou de meerwaarde van Interreg?

Interreg leert je om over de grenzen van je eigen provincie en lidstaat te kijken, om je blik te verruimen. Overheden, bedrijven, organisaties… ervaren dat ze samen een stap verder kunnen geraken. Op kleine schaal maken we zo een stukje Europa waar.

Wat is jouw advies voor de nieuwe programmaperiode? 

Ik vind dat we ervoor moeten zorgen dat de investeringen van Interreg zichtbaarder zijn voor het brede publiek en dat het programma toegankelijker is voor lokale besturen en organisaties. 

Voor elk project moet maatschappelijke relevantie het vertrekpunt zijn. Projecten moeten aansluiten bij de behoeften van de mensen uit de regio en deze moeten ook betrokken worden bij de uitvoering ervan. 

Om de zichtbaarheid te verhogen moet er verder ingezet worden op doorgedreven communicatie. Onze projecten zijn bezig met interessante thema’s en we moeten dit nog meer naar het brede publiek communiceren. Vandaag zijn we nog steeds te onbekend en te onzichtbaar. Provincieraden weten nauwelijks wat Interreg doet, laat staan dat het brede publiek dit weet.

Ik pleit er ook voor om het programmagebied zeker niet op te delen. De huidige grensregio is overzichtelijk en de beperkte afstanden maken vlotte contacten mogelijk.  

Tenslotte moeten we ook de vereenvoudiging die we al programma’s lang prediken, verder proberen waar te maken.

Na deze laatste adviezen moet Sus er weer vandoor want de kleinkinderen moeten tijdig opgepikt worden aan de schoolpoort. We zullen onze plichtsbewuste, warme en charmante collega missen!

Alle berichten

Tine is beleidsmedewerker en gaat even graag gezwind op pad om verslag uit te brengen.