Grenzeloze zorg aan de Vlaams-Nederlandse grens

Door Bram de Kort

Begin jaren 2000 bestonden er nog tal van netelige situaties rond grensarbeid en ziektekostenverzekering. De ziekenfondsen CM, Bond Moyson, Securex en Partena uit Vlaanderen, en OZ Zorgverzekeringen uit Nederland werkten daarom het Interreg-project Euregio Zorgloketten uit. 

Vanuit dat project kwam op 13 februari 2004 een samenwerkingsprotocol tot stand om problemen op vlak van pensionering, arbeidsrecht en ziekteverzekering voor grensarbeiders en -bedrijven op te lossen. 16 jaar - en een pandemie - later vragen we Geert Basyn, coördinator van de Zorgloketten, waar we inmiddels staan in de grenzeloze zorg aan de Vlaams-Nederlandse grens.

Waar liep een grensarbeider zoal tegenaan, rond de eeuwwisseling, op vlak van ziektekostenverzekering?

In eerste instantie werden de grensarbeiders bij de aanvang van hun loopbaan aan de overkant van de grens de vragen gesteld: "waar ga ik naar de dokter, wie zal terugbetalen en hoe zit het, in voorkomend geval, met mijn gezinsleden?". In die tijd bestond in Nederland nog de opdeling 'onder en boven de loongrens' ten aanzien van de ziekteverzekering. Werknemers uit de hogere inkomensgroep dienden een beroep te doen op private ziektekostenverzekering en dit zorgde voor heel wat ongemakken, anderzijds was er de grote groep werknemers die de verplichting om via het ziekenfonds verzekerd te zijn als een beknotting van hun rechten aanzagen. De Nederlandse ziekteverzekering genoot niet van de openheid, vrijheid en blijheid waar de Belgische ziekteverzekering af en toe in doorschiet. Ik herinner me in die context nog de Nederlandse vraag hoe wij als ziekteverzekeraar omgingen met de vergoeding van een 'second opinion'. Dit begrip was uiteraard gekend bij de Belgische ziekteverzekeraars, doch wat betreft vergoedingsregels totaal onbekend. Eigenlijk komt het er op neer dat als een verzekerde voor een diagnose of een behandeling voor, bij wijze van spreken, de 10de keer bij een andere arts gaat, deze consultatie of behandeling nog altijd zonder al te veel vragen terug wordt betaald. Anderzijds was het voor in België werkende grensarbeiders niet steeds evident om de weg te vinden in een, voor een buitenstaander, kluwen aan ziekenfondsen met hun verschillende aanvullende verzekeringen. In die periode waren ook een aantal vervroegde pensioen- of uittredingsregelingen aan de orde. Zo ontstond onzekerheid rond de verdere rechten van de grensarbeider.

Globaal was het probleem vooral het gebrek aan een platform waar voldoende informatie rond werken aan de overkant van de grens op het vlak van de ziekteverzekering in goede banen werd geleid. De informatie was aanwezig maar was in die mate versnipperd en verspreid dat het voor de verzekerde of klant niet haalbaar was om op een vlotte manier deze informatie te vinden. Eigenlijk een beetje bizar als je vanuit 2020 hierop terugkijkt, maar toen stond internet en de info via internet nog maar in zijn beginjaren en waren websites nog veel minder uitgewerkt dan nu.

Ik kan me voorstellen dat jullie als zorgverzekeraars niet alle touwtjes in handen hadden om dit soort problemen op te lossen? Waren er aanpassingen nodig in wetgeving, of zaten de oplossingen vooral in het informeren van grensarbeiders?

Als zorgverzekeraars en ziekenfondsen hadden we de mogelijkheden om problemen aan te kaarten, maar dit was vooral een ad hoc circuit. Ik bedoel hiermee dat er geen echt systematische manier was om, min of meer, blokkerende problemen op te pakken.

Zoals eerder gezegd was het vooral ons doel de kennis, die versnipperd aanwezig was, van beide kanten van de grens en over de grootste ziekenfondsen heen in België en Nederland samen te brengen en gemeenschappelijk naar een antwoord te zoeken en dit antwoord op een eenvormige manier toe te passen. Gigantische moeilijkheden om tot antwoorden te komen waren er meestal niet. Vaak was het eerder een eerste confrontatie met een bepaalde situatie die medewerkers in moeilijkheden bracht om passend te reageren. Dus informatie, informatie en nog eens informatie… naar de grensarbeider zelf, naar de werkgevers die grensarbeiders in dienst hadden en naar de medewerkers van de ziekenfondsen. Voor die laatste groep werden talrijke vormingssessies opgezet zodat degene die het vaakst met deze problematiek in aanraking kwamen hier op een passende manier konden mee omgaan. 

De aanpak van knelpunten is een werk van lange adem gebleken. Het is niet eenvoudig aanpassing aan de wetgeving door te laten voeren vanuit het veldwerk en het wordt nog moeilijker, blijkt, als het gaat over een nichegroep en de wetgeving bovendien vanuit het Europees platform dient aangepast te worden. Ondertussen zijn er al voor de gepensioneerde grensarbeider wat oplossing geboden door het invoeren van het terugkeerrecht.

Verder is vanuit de informatie die toen opgebouwd werd, veel overgenomen in de informatie van de zorgverzekeraars en ziekenfondsen en is meer aandacht voor het up-to-date houden van deze info.

Hoe staat het nu met deze problemen? Kan ik als grensarbeider op twee oren slapen, als ik gezondheidszorg nodig heb?

In feite kon een grensarbeider relatief rustig op beide oren slapen maar hij of zij wist het niet. Natuurlijk kan het statuut van de grensarbeider altijd beter en eenvoudiger. Het belangrijkste issue waar grensarbeid mee te maken heeft is het gebrek, dat er was, aan informatie.  De grensarbeider was en is soms nog het slachtoffer van de macht der getallen. Het was en blijft een kleine groep op de arbeidsmarkt en de weerklank die een dergelijke kleine groep in het beleid heeft is ook relatief laag. Met Euregio Zorgloket hebben we ons vooral gefocust op het wegwerken van de onwetendheid en de onzekerheid. Door het project zijn we er in geslaagd de zorgverzekeraars en ziekenfondsen hun aandacht ook op deze groep te richten en initiatieven te nemen ten aanzien van deze groepen.  Met het samenbrengen van alle vaststellingen en de mogelijke oplossingen in een eindrapport, dat in twee delen is gepubliceerd, is zowel naar de overheden als naar de partners van het project een belangrijke stap gezet in het valoriseren van de grensarbeider in de ziekteverzekering.  Het project had en kreeg in die mate weerklank in de omgeving van de grensarbeiders dat ik in de loop van de eerste jaren van de eeuw gevraagd ben om de kennis die wij opgedaan hadden in de Belgisch-Nederlandse grensregio te vertalen en aan te passen aan de situatie van de Belgisch-Franse grens, waar de samenwerking tussen de ziekteverzekeraars en zorgaanbieders uit de grensstreek (Observatoire Franco-Belge de la Sante – OFBS) een project opstartte onder de naam Guichet de Soins.

Hoe zien jullie oplossingen voor de resterende problemen? Is een hernieuwde Interreg-samenwerking nodig?

Op het vlak van toegang tot de ziekteverzekering zijn de meeste hobbels ondertussen weggewerkt, anderzijds zijn er nog steeds hobbels op het vlak van de toegang tot de zorg in de grensregio’s tussen België en Nederland. Hiermee bedoel ik dat, ondanks het harde werk dat hierrond is verzet in het kader van IZOM in de beide Limburgen, er nog steeds issues zijn. Zo is het voor een Belg die in de grensstreek woont nog altijd niet evident om over de grens te gaan voor zorg en die dan ook nog terugbetaald te krijgen. Voor Nederlanders is het iets eenvoudiger omdat de meeste zorgverzekeraars in de grensstreek overeenkomsten gemaakt hebben met een aantal Belgische ziekenhuizen ten behoeve van hun verzekerden. Op het vlak van efficiëntie is het vereenvoudigen van de vergoedingsregels zeker nog een mogelijk onderwerp voor verdere uitwerking in het kader van Interreg. Een duidelijk in kaart brengen van de kansen die deze grensoverschrijdende samenwerking zou kunnen bieden en de winsten die er op korte en middellange termijn uit te halen zijn, lijkt me een uitdaging voor een, vanuit Interreg gesteund, samenwerkingsplatform tussen zorgverzekeraars en -aanbieders.

Vandaag de dag worden we ons natuurlijk extra bewust van het belang van een goed georganiseerd zorgstelsel, dankzij de Covid 19-pandemie. Wat zijn wat jullie betreft de lessen die we daaruit moeten leren en rond welke thema's trekken we aan de Vlaams-Nederlandse grens best samen op?

Voor mij, als overtuigd Europeaan, is de belangrijkste vaststelling ten aanzien van de aanpak van de Covid 19-uitbraak de versnippering. In de paniek was elke lidstaat plots vergeten dat er zoiets was als het Europa van de regio’s en dat de grenzen binnen het Schengengebied open waren.  Plots was de grens tussen België en Nederland weer een harde grens. Een totaal verschillende aanpak van de crisis tussen beide landen. Regio’s die in de feiten versmolten samenleven, eerden gescheiden door corona-maatregelen.

De primaire nationale reflexen zijn blijkbaar nog steeds sterker dan de cohesie die in grensregio’s over de grenzen aanwezig is.

Er is dus nog veel werk…

Alle berichten

Bram de Kort is algemeen directeur van Interreg Vlaanderen-Nederland