Goede Buren

Door Jassime Meeusen

‘Buren, grensoverschrijdend tijdschrift’ behoort tot de eerste lichting Interreg-projecten. Het tweemaandelijkse tijdschrift bracht met korte artikels en uitvoerige verslagen de grensoverschrijdende samenwerkingsvormen op alle mogelijke terreinen in kaart en informeerde overheden, bedrijven en burgers over actuele thema’s en activiteiten aan beide kanten van de grens.

Onder de redactionele leiding van de Stichting Algemeen-Nederlands Congres werden 11 edities met een oplage van 10.000 exemplaren gepubliceerd gedurende de tweejarige looptijd van het project (1992-1994). Wilfried Vandaele, toenmalig algemeen-secretaris van het ANC en hoofdredacteur van ‘Buren’, kon zijn expertise later inzetten voor de oprichting van het Vlaams-Nederlands huis deBuren, dat in 2004 de deuren opende voor grensoverschrijdend debat over cultuur, samenleving en politiek. Zowel de uitdagingen als de investeringsprioriteiten zijn sindsdien veranderd, maar de idee van de “grensstreek als laboratorium voor de internationale samenwerking” blijft volgens Vandaele nog steeds overeind.

“In 1984 kreeg ik mijn eerste job: ik werd algemeen secretaris van het Algemeen-Nederlands Congres. Het ANC was een overleg-, studie- en documentatiecentrum voor alle mogelijke vormen van samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Zo’n 200 verenigingen, universiteiten, e.d. ondersteunden het initiatief. We kregen wat subsidie van de overheden, maar vooral ook van de privésector. Nu, ons kantoor was ook niet zo groot: een 5-tal medewerkers. 

Wij kozen altijd voor een zakelijke aanpak. Sommigen, die de zaken meer bevlogen of ideologisch bekeken, noemden mij wel eens “de boekhouder van de samenwerking”. Wij inventariseerden namelijk alle mogelijke samenwerkingsinitiatieven en brachten ook mensen bij elkaar die met dezelfde thema’s bezig waren. Daar hadden we een hele waaier van gespecialiseerde werkgroepen voor, die regelmatig bijeenkwamen: toerisme, buitenlands beleid, cultuur, erfgoed, leefmilieu, economie, onderwijs, hoger onderwijs, literatuur, enz. Er was ook een speciale werkgroep ‘Grensverkeer’, omdat het duidelijk was dat de grensstreken nu eenmaal uitgelezen plekken zijn waar problemen zichtbaar worden, maar waar er tegelijk ook kansen lagen om regelingen uit te proberen. Ik noemde altijd het voorbeeld van het Stropersbos in de Antwerpse Kempen, waar men aan de ene kant van de grens bomen omhakte om het heideaspect te laten primeren, en aan de andere kant nieuwe naaldbomen aanplantte; toch logisch dat er afstemming gebeurt.”

Vanuit die optiek leverde het ANC een van de eerste Interreg-projectaanvragen in?
“Op een bepaald ogenblik hoorden wij van een van onze bestuursleden die bij de Europese Unie - toen nog Europese Gemeenschap - werkte, dat er een nieuw Europees project op komst was, dat grensoverschrijdende initiatieven zou ondersteunen: het Interreg-programma. Wij maakten ons dossier al op voor de details klaar waren en je in Vlaanderen en Nederland kon inschrijven; ik denk dat we het allereerste project waren…Wat eerst een klein onderdeel was van onze werkzaamheden bij het ANC, één van de zovele 14 of 15 werkgroepen, werd nu een volwaardige “poot”. We gingen alles nu uitdrukkelijk door die bril van de grensstreek bekijken.”

Hoe verliep de organisatie van het project?
“Er was een kleine redactie, met mezelf als hoofdredacteur, maar daarnaast een uitgebreide redactie-adviesraad, waar mensen van alle betrokken provincies zitting in hadden, en mensen van de Interreg-secretariaten en van enkele belangrijke organisaties voor de grensstreek. Van meet af aan was het een probleem dat onze werkzaamheden veel ruimer gingen dan economie, werkgelegenheid, enzovoort. Waar de klemtoon van Interreg toch wel lag. Maar wij hadden wel voldoende raakvlakken met de thema’s die Europa naar voren schoof zoals netwerkvorming, informatie-uitwisseling en communicatie, waar we op focusten, maar ook verkeer, vervoer, recreatie en toerisme, scholing en arbeidsmarkt, milieu, technologie en onderzoek. De rest, zeg maar cultuur, schoven wij erbij als extraatje…”

En de projectbegeleiding?
“Aanvankelijk voelden wij dat nogal als “te betuttelend” aan, en complex omdat we met 3 verschillende instanties (Euregio Scheldemond, Benelux-Middengebied en Euregio Maas-Rijn) te maken hadden. Maar na verloop van tijd groeide het wederzijdse vertrouwen en liep het vlot.”

Waren er bepaalde knelpunten die dankzij Buren werden verholpen?
“Zoals vandaag bestonden er toen heel veel grensoverschrijdende initiatieven. Maar die stonden onvoldoende op de kaart, waren onvoldoende zichtbaar. Soms waren het lokale initiatieven, maar die het wel verdienden om op bredere schaal te worden uitgerold. Of soms kwam iemand met een initiatief op de proppen waarvan wij dan wisten dat het eigenlijk op een andere plaats al bestond, of geprobeerd was en mislukt was. Door de informatiestroom die wij op gang brachten, en het overleg dat ermee gepaard ging, hebben we toch heel wat praktische dingen in gang gezet of tot een professioneler niveau getild. De som was sterker dan de afzonderlijke delen.  Echt meetbaar was dat niet. Maar de samenwerkingsinitiatieven werden in elk geval meer zichtbaar. Het is een reactie die we vaak kregen: “dat er zoveel bestaat wisten we niet!”


Alle berichten

Jassime werkt voor Interreg Vlaanderen-Nederland en kruipt af en toe in haar schrijverspen.