Daar sta je dan, als Interreg-programma met gesloten grenzen

Door Bram de Kort

De covid 19-pandemie heeft ons allemaal keihard geraakt. Halverwege maart werden Vlaanderen en Zuid-Nederland ‘hotspots’, met opmerkelijk veel besmettingen. Nadat duidelijk werd hoe ernstig de situatie was, namen de Belgische en Nederlandse regeringen verregaande maatregelen. Die hebben een stevige impact gehad op onze projecten, en het beheer van het programma. Een pandemie en grensoverschrijdend samenwerken, dat gaat niet makkelijk samen.

Toen ik 20 jaar geleden van start ging bij Interreg, was de Vlaams-Nederlandse grens al acht jaar ‘open’. De grens was absoluut nog altijd een obstakel van formaat, op de arbeidsmarkt, voor onderwijs en in de hoofden van mensen. Maar als je wilde, kon je prima over de grens heen boodschappen doen of recreëren. En samenwerken. Rond 2000 bestond Interreg al 10 jaar en hadden heel wat organisaties de kansen aangegrepen om hun netwerk uit te bouwen over de grens, en een vertrouwensband op te bouwen. Op die basis werd in de afgelopen jaren volop samengewerkt en inmiddels ligt het grensgebied bezaaid met de sporen van Interreg-projecten. De grens werd een vervagend ‘litteken van de geschiedenis’.

En toen werd de grens gesloten. De wond lag terug open. Onze grensoverschrijdende fietsroutes in tweeën gehakt. De gezamenlijke onderzoekscentra plotsklaps afgesloten van de helft van hun werkgebied en Vlaams-Nederlandse netwerkevents geannuleerd. Onderzoeksprojecten on hold, want laboratoriumonderzoek van thuis uit is lastig…

Maar de grensoverschrijdende samenwerking stond toch niet stil. De honderden bedrijven, onderzoekscentra, stichtingen en lokale overheden actief in onze projecten pasten er met zoom, skype en webex een mouw aan. Online ontstond een nieuw soort, 21e-eeuwse, smokkelroute . Onze projectadviseurs schakelden over op digitale werkbezoeken, de controle ‘ter plaatse’ ging via het scherm en op onze twee communicatie-masterclasses mochten we - in cyberspace - meer dan 100 deelnemers verwelkomen.

Toch zijn heel wat projecten geraakt door de pandemie. Voor zover ik weet zijn er bij de medewerkers in Interreg-projecten geen ziektegevallen geweest, gelukkig. Maar heel wat projecten hebben vertraging opgelopen of events moeten cancelen. Vanuit het programma konden we gelukkig al snel communiceren dat annulatiekosten gewoon konden worden gedeclareerd en dat projecten zonder complexe procedure konden worden verlengd.

Ondanks de genomen maatregelen kan het voor projecten moeilijk worden om hun inhoudelijke doelstellingen te bereiken. We subsidiëren bijvoorbeeld projecten rond verduurzaming van bedrijven, maar die doelgroep legt haar prioriteiten veelal nu elders. Dat zijn lastige situaties waar we vanuit Interreg flexibel mee moeten omgaan.

We zijn nog lang niet uit de crisis. Het is fijn dat de grens - en de terrasjes in het mooie Vlaams-Nederlandse grensgebied - terug open zijn, maar we moeten ons ook inspannen om uit de crisis te geraken èn helpen te voorkomen om ooit terug in zo’n situatie te belanden. En daar kunnen we via Interreg ook echt een bijdrage inleveren. Projecten als i-4-1 health, ZORO en Inventive doen dat nu al.

Op 2 april lanceerde Interreg een oproep voor nieuwe projecten, met speciale aandacht voor de arbeidsmarkt en de gevolgen van de coronacrisis. De ‘oogst’ van die oproep was enorm; 19 projectaanmeldingen. Een bewijs dat ondanks de gesloten grens, ondanks de verschoven prioriteiten, Vlamingen en Nederlanders graag samenwerken en de meerwaarde daarvan inzien.

Op het moment van schrijven weten we nog niet welke van die projecten van start kunnen. Helaas niet allemaal, want we hebben in het huidige programma nog maar een bescheiden budget over. Maar nog ruim voor de projecten uit onze zesde oproep gaan afsluiten, zal een nieuw programma starten. Europa, Vlaanderen en Nederland èn de provinciebesturen in de grensregio hechten veel belang aan een verdere Vlaams-Nederlandse integratie. We zien tal van uitdagingen en veel daarvan zijn door Covid-19, de tijdelijke sluiting van de grens en de economische gevolgen van de lockdown enkel duidelijker in beeld gekomen. 

We hebben die uitdagingen inmiddels redelijk in beeld. Maar we willen onze speerpunten voor Interreg VI niet alleen formuleren. In september en oktober vragen we input van 150 stakeholders, via focusgroepen. Zodat we komende winter ons voorstel aan de Europese Commissie ook aan jullie kunnen presenteren, en samen aan de slag kunnen voor nieuwe projecten!

Zodat het ‘litteken van de geschiedenis’ verder kan vervagen.

Alle berichten

Bram de Kort is algemeen directeur van Interreg Vlaanderen-Nederland