Polderpracht in het Grenspark Groot-Saeftinghe

Door Iene Vanmanshoven

Het is donderdagochtend en een verlegen lentezon omarmt de krioelende perrons van Antwerpen-Berchem. Wat eerst aanvoelt als een lichte bries over dit dagelijkse tafereel, blijkt na een snelle blik op de uurregeling al gauw een golf der zuchten te zijn - veroorzaakt door een scala aan onvoorziene omstandigheden op het NMBS-net. Echter, zoals iedere doorwinterde pendelaar weet, “een vertraagde trein voor een vroege vogel is een vervroegde trein voor een late vogel” en zo geraak ik alsnog mooi op tijd in Sint-Niklaas. Daar stap ik samen met de VRP (Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning vzw) op een bus die ons verder vervoert naar het boeiende gebied op de grens van Vlaanderen en Nederland waar het vandaag allemaal om draait: het Grenspark Groot-Saeftinghe.

Wanneer we uit de bus stappen, rijst een grote groene heuvelrug voor ons omhoog.  Als een groep berenjagers struinen we door het hoge gras naar boven, waar de Schelde zich in vol ornaat voor ons ontvouwt. We staan bovenop de Scheldedijk rond de Hedwigepolder. In het kader van natuurherstel voor de Westerschelde zal er 4,5 kilometer dijk verdwijnen zodat het Scheldewater vrij spel krijgt en het land terug gegeven wordt aan de natuur. De achterliggende Hertogin Hedwigepolder en het noordelijk gedeelte van de Hertog Prosperpolder zullen zo samen een nieuw, grensoverschrijdend natuur- getijdengebied vormen waarin water twee maal per dag bij vloed zal binnestromen en bij eb weer leegvloeien. Interessant detail: het hoogteverschil tussen de getijden bedraagt hier maar liefst 4 à 5 meter, qua kracht het equivalent van een wildwaterrivier.

Vanop de bus verandert het uitzicht in slingerende, pittoreske dorpswegen omgeven door vlaktes met hoog wuivend gras, opgelijnde knoestige bomenrijen en glinsterende kreken. We zijn in Zeeuws-Vlaanderen en houden halt op de Mariahoeve in Emmadorp, een innovatief akkerbouw- en zilte teelten bedrijf vlakbij het Verdronken Land van Saeftinghe. Na een smaakvolle kop koffie en een voorstelrondje stappen we opnieuw de bus in. Voor ons ligt een dag vol kreken, schorren en slikken, kiekendieven en havengraven, familiegeschiedenissen, koel-, kerk- en vleermuistorens, een groots havendok, een gehavend dorp, top-down en bottom-up beslissingen, zwaluwen op café en een onverwachte hagelbui!

De stem van Pieter Jan Meire, die samen met Richard Rozemeijer het project Grenspark Groot -Saeftinghe coördineert, wijst ons op herkenbare landmarks en op plaatsen in de natuur waar concrete projectingrepen gepland worden of al gerealiseerd zijn: aan onze rechterkant zien we een populierenrij die zal verdwijnen om de creatie van estuarien gebied (onder invloed van eb en vloed) mogelijk te maken; daar waar ooit het verdronken dorp Casuele stond, zal binnenkort een vleermuistoren geplaatst worden; we zien een amfibiescherm dat geplaatst is om de rugstreeppad te beschermen tijdens de werken aan de Hedwigepolder; in de nieuwe radartoren voor de scheepvaart heeft men meteen een trap met uitkijkplatform voorzien; en aan onze linkerkant zien we enkele levende streekproducten – de Presalé koeien – grazen op de zilte weiden.  Rechts van ons spotten we kerktorentoppen van polderdorpjes terwijl voor ons de twee torens van de kerncentrale van Doel opdoemen.

Foto: VRP

Wanneer we uit de bus stappen, rijst een grote groene heuvelrug voor ons omhoog.  Als een groep berenjagers struinen we door het hoge gras naar boven, waar de Schelde zich in vol ornaat voor ons ontvouwt. We staan bovenop de Scheldedijk rond de Hedwigepolder. In het kader van natuurherstel voor de Westerschelde zal er 4,5 kilometer dijk verdwijnen zodat het Scheldewater vrij spel krijgt en het land terug gegeven wordt aan de natuur. De achterliggende Hertogin Hedwigepolder en het noordelijk gedeelte van de Hertog Prosperpolder zullen zo samen een nieuw, grensoverschrijdend natuur- getijdengebied vormen waarin water twee maal per dag bij vloed zal binnestromen en bij eb weer leegvloeien. Interessant detail: het hoogteverschil tussen de getijden bedraagt hier maar liefst 4 à 5 meter, qua kracht het equivalent van een wildwaterrivier.

Al snel wordt duidelijk dat hier binnenkort het grove geschut bovengehaald zal worden. Zo moet de dijk afgegraven worden opdat het water ‘binnen’ kan stromen en moet er een nieuwe berm aangelegd worden om de kracht van de golven op te vangen. Daarna heeft de natuur tijd nodig – het gebied kan immers niet zomaar van de ene op de andere dag ‘verschorren en verslikken’. Dit gebeurt langzaamaan in een proces van 50 à 60 jaar. Het is tof om te horen hoe, bij het nadenken over gebiedsontwikkeling, praktische overwegingen tot creatieve insteken kunnen leiden. Zo heeft de nood aan een toegangsweg naar de ‘gasdam’ geleid tot het voorzien van een fietspad op deze as tussen het Verdronken Land en de polders, en inspireerde een grondafvoerprobleem tot het idee om met de grond die vrij zal komen een panoramaheuvel te maken. Hierbij draagt de insteek dat “de eigen grond ook in de eigen streek blijft”, ook een sterke en waardevolle symboliek met zich mee voor de bewoners van het poldergebied. De circulaire gedachte is nooit ver weg: zo wordt bijvoorbeeld onderzocht of de bomen die gekapt (moeten) worden, daarna opnieuw gebruikt kunnen worden in het Grensparkgebied als materiaal voor de natuurhuisjes, uitkijkpunten  of bankjes.

We zetten onze tocht verder en doen nog enkele andere hotspots van het poldergebied aan. In de Doelpolder zien we percelen waarop door lokale landbouwers geëxperimenteerd wordt met kiekendiefvriendelijke teelten, met als doel een win-win voor zowel natuur als landbouw. We passeren de dampende kerncentrale van Doel, en rijden vervolgens door het Polderdorp Doel zelf – waar we aan de ingang verwelkomd worden door een verbodsbord tegen samenscholingen. De korte rit doorheen het enigszins post-apocalyptische polderdorpje laat best een indruk na. Het enige teken van (menselijk) leven is een groep gemeentearbeiders, die naast het kerkhof uitrusten in de zon. Er wonen nog een negentiental inwoners in “Den Doel”, het dorp dat (bijna) verdween door de havenuitbreidingsplannen. Hierna houden we halt in de Antwerpse haven zelf, en bewonderen we de – vooralsnog – grootste sluis en het grootste getijdendok ter wereld: het Deurganckdok. Reuzeschepen vol kleurrijke balkjes worden door ogenschijnlijk veel te kleine bootjes door het water geleid, om de immer hongerige maag van de consumptiemaatschappij te voeden. Wat later bevinden we ons weer in de natuur: we staan op de nieuwe Scheldedijk, die door het Grensparkproject volledig gerasterd werd voor begrazing door schapen. Eén ding is zeker: de busrit heeft ons met onze neus op de vele verschillende activiteiten, functies en belangen gedrukt die in dit gebied vlak naast elkaar bestaan.          

In de namiddag krijgen we aan de hand van praktijkvoorbeelden te horen wat er allemaal komt kijken bij het opzetten van een participatief gebiedsontwikkelingsproject. Pieter Jan en Richard nemen ons mee in de visie en de realisaties van het project ‘Grenspark Groot-Saeftinghe’ – een project dat van in het begin met de regio en de lokale ‘streekholders’ heeft samengewerkt. Bewoners en ondernemers in de streek worden actief betrokken bij de gebiedsontwikkeling via de grensparkchallenges, zoals bijvoorbeeld het opleiden van lokale ondernemers tot 20 echte grensparkgastheren. Het Grensparkproject onderscheidt zich zo van de voorgeschiedenis van het ruimtelijk beleid voor het gebied, die veelal geassocieerd wordt met top-down beslissingen inzake havenuitbreiding en ontpoldering, en een verstorende impact op het sociale weefsel. Het Grenspark Groot Saeftinghe maakt ook werk van grensoverschrijdende afstemming inzake natuurbeheer, naast concrete investeringen in stimulerende maatregelen voor de biodiversiteit in het ruimere poldergebied. Tegelijkertijd is en wordt er hard gewerkt aan een toekomstvisie voor het parkgebied, opgebouwd rond de eenheid & verscheidenheid van de thema’s natuur, (innovatieve/lokale) landbouw en haven. De mogelijke toekomstscenario’s en visualiseringen prikkelen alvast: op een mooie zomerdag in Antwerpen de waterbus kunnen nemen van het Steen tot aan het haventje in Doel, hierna de biodiversiteit in het Grenspark verder kunnen ontdekken met de fiets, tijdens een pauze genieten van de lokale zilte teelten en streekproducten, gevolgd door een overnachting in een natuurhuisje met zicht op de Schelde, ...

Afbeelding: project Grenspark Groot-Saeftinghe

 De getuigenissen die we te horen krijgen, maken duidelijk dat het opmaken en realiseren van complexe gebiedsinrichtingsplannen geen “walk in the (Grens)park” is. Voorgeschiedenis, (wettelijk en emotioneel) eigenaarschap, wil en wet, verschillende prioriteiten en belangen maar ook nieuwe noden en beleidsinzichten verzoenen, is op zijn zachtst gezegd een pittige voltijdse job. Hoe belangrijk is tijd? Op welke manieren kan je bottom-up participatie van lokale bewoners en ondernemers mogelijk maken en bevorderen, en hoe ver kan je hierin gaan? Wat motiveert deze ‘streek’holders, en hoe ga je om met kritiek en teleurstelling? Wat moet er nog gewaarborgd worden om verdere stappen te kunnen zetten en de toekomstvisies van het Grenspark te realiseren? Eén ding is alleszins zeker: de realisaties en de toekomstplannen van het Grenspark Groot-Saeftinghe doen denken en dromen, zowel over het verleden als over de toekomst. Na de tocht, de uitleg en de uitwisseling, lijkt er dan ook geen betere plek om even te bekomen dan op het terras van Café Het Verdronken Land in Nieuw-Namen, waar zwaluwen niet alleen af en aan, maar ook binnen en buiten vliegen. Terwijl er nagepraat wordt over onderwerpen als ruimtelijke planning en zilte teelten, breekt er plotseling een intense stort- en hagelbui los. Gelukkig zitten we achter de dijk. 

Alle berichten

Iene is beleidsmedewerker en gaat even graag gezwind op pad om verslag uit te brengen.