Lange afstanden op waterstof: WaterstofNet

Door Pat Horst

Projecten die gefinancierd worden door Interreg Vlaanderen-Nederland komen in allerlei soorten en maten. Ze zijn groot of kleinschalig, hebben een looptijd tussen de twee en vijf jaar, hebben een breed onderwerp of zijn juist specifiek gericht. Maar toch hebben alle projecten een einddoel in zicht. Niet alleen willen ze het projectgebied verbreiden en mooie resultaten opleveren, maar ze willen ook de basis vormen voor toekomstige projecten en kansen geven aan bedrijven die uiteindelijk de samenleving verbeteren. En dat kan eigenlijk alleen gedaan worden met een platform en veel partners van diverse industrieën. Op het congres van WaterstofNet heb ik gezien hoeveel impact Interregprojecten kunnen hebben.

Even mijn naamkaartje pakken, jas uit, en de zaal binnen. Het was een beetje drukker dan mijn vorige event hier op het provinciehuis in Den Bosch, maar toch had ik snel een stoeltje gevonden. En net op tijd want Adwin Martens, directeur van WaterstofNet, gaf de cijfers van de laatste 10 jaar over verleden en huidige projecten. Het aantal partners en de investeringsbedragen spraken voor zichzelf. Het eerste project waar het allemaal mee begon was Waterstofregio. Dit Interregproject kon in 2009 rekenen op een investering van ongeveer 7 miljoen euro. WaterstofNet kwam uit dat project en tien jaar later is dat bijna 70 miljoen in investering geworden in talrijke andere waterstofprojecten met meer dan 50 partners. Momenteel is het bedrijf ook coördinator van het tweede Interregproject, Waterstofregio 2.0. De zaal is gevuld met mensen van energiebedrijven en dit is het bewijs dat de organisatie vandaag de dag de nodige expertise heeft opgebouwd op gebied van waterstof. Hier kan je de tijdlijn zien van WaterstofNet.

Het programma die dag stond vol van sprekers en projectpartners die iets te zeggen hadden over waterstof. Onder andere waren er vertegenwoordigers van Fuel Cell and Hydrogen Joint Undertaking (FCH JU), Shell, Colruyt Group, VDL, Van Hool, Engie, en Gasunie die hun ervaringen en ambities rond waterstof wilden delen. De bedrijfsvertegenwoordigers legden uit wat er gedaan is en wat ze van plan zijn met voertuigen die op waterstof rijden. En het ging niet alleen over auto’s, maar ook bussen, vrachtwagens, en vuilniswagens werden (letterlijk) in de kijker geplaatst.



Tijdens de lunch ontmoette ik Erwin Geurts, zelfverklaarde waterstofpionier. In één van de eerdere presentaties hoorde ik iets over grijze, blauwe en groene waterstof, maar daar was verder geen uitleg over gegeven. Maar wat is het verschil eigenlijk? Al te graag vertelde Erwin mij dat grijs te maken heeft met het produceren van waterstof met fossiele brandstoffen, en dus C02 uitstoot. Blauwe waterstof gaat over een methode die de CO2-uitstoot opvangt of hergebruikt, terwijl groene waterstof geproduceerd is met groene energie door het proces ‘elektrolyse’ – heel kort gezegd, het gebruiken van elektriciteit om een chemische reactie te ontstaan. Nadat ik de basis van het onderwerp een beetje kende, vroeg ik hem welke hij beter vindt in voertuigen: elektrische batterijen of waterstof. Hij antwoordde snel dat hij geen waterstofevangelist is, en dat het niet gaat over het één of het ander, maar dat beide technologieën hun plekje hebben in onze samenleving. Waterstof is bijvoorbeeld goed voor voertuigen – zoals vrachtwagens - die lange afstanden rijden. Dankzij de energiedensiteit van waterstof bevatten waterstofcontainers meer energie dan batterijen en gaat het bijtanken ook een stuk sneller. Batterijen anderzijds, zijn goedkoper, op het moment ‘groener’, en eenvoudiger te hanteren. 


In het kader van grensoverschrijdende samenwerking ging het event in de middag meer over de ambities rond waterstof van de grensregio Vlaanderen en Nederland. De term ‘Green Octopus’ werd daarbij vaak genoemd. Het blijkt een plan te zijn waar de havens in Nederland en Vlaanderen zullen dienen als knooppunten voor het produceren, bergen en transporteren van waterstof door middel van infrastructuur die er al staat. Eén van de barrières om waterstof te realiseren als een werkelijk alternatief, zijn de kosten. Eén manier om de kosten laag te houden is om reeds gebouwde infrastructuur te benutten. De windmolens op zee, bijvoorbeeld, kunnen zorgen voor de groene energie dat nodig is voor de elektrolyse, terwijl de aardgaspijpen die er nu zijn, waterstof kunnen transporteren. Hier kun je een video bekijken over de ‘Green Octopus’.

Een dag na het evenement deed ik zelf nog wat onderzoek naar het technische aspect van waterstof. Ik realiseerde me hoe moeilijk het is om van waterstof een rendabele werkelijkheid te maken, niet alleen omdat de marktkrachten tegenzitten, maar ook omdat er nog een aantal drempels zijn die vooral te maken hebben met energie-efficiëntie en de productie van waterstof. Vergeleken met batterijen bijvoorbeeld, is er een groot deel energie verloren door elektrolyse. Ook is een klein deel van energie verloren aan de berging proces van waterstof. Dus veel focus blijft op batterijen om de problemen op te lossen. Ondanks de huidige obstakels, heeft WaterstofNet de laatste tien jaar veel bereikt en is zeker een applausje of twee waard. Er moet nog veel gebeuren in de energie-industrie, maar samen komen we er wel, en het evenement was een bewijs daarvan.


Alle berichten

Pat Horst is Interreg Reporter binnen het programma van Interreg Volunteer Youth, een initiatief dat deel uitmaakt van het Europese Solidariteitskorps.