Investeren in groen rendeert bij chemiebedrijf DOW

Door Jassime Meeusen

Dankzij het project 2B Connect kregen 70 bedrijventerreinen in Vlaanderen en Nederland een biodiversiteitsinjectie. Ook bij chemiebedrijf DOW in Terneuzen werden in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen enkele groene (her)inrichtingen gerealiseerd, waaronder de aanleg van een vogelbroedeiland, een bloemenweide met bijenhotels en een fytosanerend wilgenveld. Interreg sprak met Cees van Houwelingen, lid van de Duurzaamheidstaskforce bij DOW, over het inzetten van ecosysteemdiensten in hun eigen bedrijfsprocessen en de Valuing Nature doelstelling van het bedrijf.

Hoe zijn jullie aanvankelijk bij 2B Connect betrokken geraakt? We kwamen via de communicatie over onze natuurinspanningen in contact met ecoloog Alex Wieland, die op de hoogte was van het Interreg-project. We hebben in 2010 een intern Biodiversiteit Actie Plan opgezet en uit een natuurinventarisatie bleek dat we best wat bijzondere bloemen en vogels op het terrein hadden. Waarom zou de natuur zich door een hek laten tegenhouden? Eerste vraag was toen wat we kunnen doen om te behouden wat we aan bijzondere flora en fauna hebben. Zolang het kan natuurlijk, want het blijft uiteindelijk een terrein met industriebestemming. Het eerste project via Interreg was het broedvogeleiland voor visdieven in de waterberging net buiten het terrein, waar nu dagelijks wel wat voorbijgangers even halthouden uit nieuwsgierigheid. Inmiddels heeft de gemeente ook aan de andere kant van Terneuzen eenzelfde vogeleiland aangelegd. Zo'n visdiefjes-eiland is maar klein, maar het is een bewezen concept dat eenvoudig kan worden gekopieerd.

Toen deze succesvolle ingreep zoveel positieve reacties en pers teweegbracht, hebben we samen verder gezocht naar manieren waarop we ook de natuur op het terrein zelf een handje kunnen toesteken. Het blijft voor ons natuurlijk veel belangrijker om aan de reductie van negatieve impact naar de omgeving te werken dan om zulke inspanningen voor de natuur te doen, maar het is ongelofelijk hoe positief zulke kleine, maar positieve natuurgerichte inspanningen in de communicatie met de buitenwereld worden opgepikt.


Wat zijn je eigen ondervindingen met het doorvoeren van biodiversiteitsmaatregelen op het bedrijventerrein?
Het is altijd moeilijker dan je denkt en vordert daarom langzamer dan je graag zou willen. Bij de aanleg van de bijenhotels moesten we bijvoorbeeld tot 60 cm diep graven en dat vraagt op het industrieterrein weer extra checks en vergunningen. Wat  erg makkelijk lijkt, levert op een chemiebedrijf extra checks op, waardoor het allemaal wat langer kan duren. Maar dat zijn nooit redenen om het niet te doen. Het bedrijfsleven krijg je vooral mee met projecten waar je de natuur kan combineren met een positief economisch plaatje, een business case. Zo werkt het nu eenmaal bij een groot bedrijf. Dat lukt het beste als je de natuur een functie mee kan geven. Je moet jezelf ook niet te snel uit het veld laten slaan en om te beginnen tevreden zijn met kleine initiatieven. Vanuit het succes van die kleine initiatieven kun je gaan opschalen. Daarnaast heb je ook adviseurs nodig, want weinig bedrijven hebben ecologen in dienst. De keuze voor streekeigen soorten of zaaisel met een brede bloeiboog van april tot september, dat zijn zaken waar we zelf niet aan zouden hebben gedacht bij de aanleg van een bloemenweide met insectenhotels. Door de milieufederatie en Het Zeeuwse Landschap erbij te betrekken, krijg je er ook nog een stuk opleiding bij en bereikt je verhaal nog meer mensen. En uiteindelijk is misschien de grootse waarde wel dat de werknemers bij het zien van zo'n bloemenweide met een heel ander gevoel het industrieterrein opkomen.

Zijn er nog meer natuurgerichte plannen voor het bedrijventerrein?
In het kader van klimaatadaptatie zijn we op zoek naar waterberging om te voorkomen dat we bij extreme regenval ongereinigd afvalwater vanaf ons industrieterrein naar de Westerschelde moeten overstorten. Daar liggen waarschijnlijk ook natuurkansen, want ook een bestaande folievijver werkt al als een magneet op watervogels. Ook buiten het terrein zijn we op zoek naar bergingscapaciteit om, bij langere periodes van droogte, regionaal zoetwatertekort te voorkomen. Op het terrein hebben we kortgeleden een kleine wetland pilot aangelegd, waarmee we nutriënten en zwevende delen uit het verzamelde regenwater zouden kunnen verwijderen om het geschikter te maken voor industrieel gebruik. De voorzuivering van water is dan een dienst die de natuur ons levert en de natuur heeft baat bij een waterberging. We moeten zoeken naar oplossingen die positief zijn voor zowel ecologie als economie.

De hoeveelheid water die nu vanuit de polders naar de Westerschelde wordt gespuid is veel groter dan onze zoetwatervraag, die nu nog vanuit de Biesbosch wordt aangevoerd via een 120 km lange leiding. Vanuit leveringszekerheid willen we liever onafhankelijk zijn van die bron op afstand. Omdat we dichtbij de Westerschelde zitten, zal het water nog een kleine hoeveelheid zout bevatten, dat na de wetland behandeling ten slotte door een membraanproces gezuiverd moet worden. En met voldoende capaciteit zou zo’n waterberging ook de regionale landbouw nog van dienst kunnen zijn. Met innoveren en samenwerken kunnen we dan dus nog meer belangen dienen!


Alle berichten

Jassime werkt voor Interreg Vlaanderen-Nederland en kruipt af en toe in haar schrijverspen.